Mark Maaskant: ‘Groot deel bestuurders begrijpt weinig van ADAS’

ADAS-systemen kunnen het verkeer veiliger maken én het aantal ongevallen fors terugdringen. Maar niet als het grootste deel van de automobilisten geen flauw benul heeft hoe deze rijtaakondersteunende systemen gebruikt moeten worden. In dat geval kan het zelfs leiden tot levensgevaarlijke verkeerssituaties, stelt Mark Maaskant. De eigenaar van Prodrive Training is één van de sprekers tijdens het ADAS Congres op 20 september 2018 in Autotron Rosmalen.

Rijassistentiesystemen zijn afgelopen jaren gemeengoed geworden. Zelfs compacte auto’s beschikken steeds vaker over Adaptive Cruise Control, Lane Keeping Assist, Blind Spot Detection en autonome remsystemen die ingrijpen als een voorganger plotseling stopt. “Maar een groot deel van de automobilisten, zo’n 70 procent, gebruikt deze systemen helemaal niet of op de verkeerde manier”, merkt Maaskant in de praktijk. Samen met collega’s geeft hij ADAS-trainingen, onder meer aan autoverkopers en -dealers. “Zij moeten er immers voor zorgen dat klanten die een nieuwe auto afgeleverd krijgen, weten welke mogelijkheden deze systemen bieden.”

De praktijk blijkt echter weerbarstig, vertelt Maaskant. “Mensen krijgen hun sleutel overhandigd en gaan op pad. Autoverkopers en leasemaatschappijen leggen het niet uit. Gevolg daarvan is dat de mogelijkheden die deze systemen bieden op dit moment nog nauwelijks benut of verkeerd benut worden. En dat is echt zonde, want bij goed gebruik is ADAS echt een aanwinst voor de verkeersveiligheid.”

Tijdens praktijktests met dit soort hulpsystemen aan boord van vijf luxe automodellen bleek onlangs dat wegbelijning regelmatig wordt overschreden en stilstaande objecten soms ineens worden aangereden.

Nog geen zelfrijdende auto

Een grote fout is om automodellen die zijn uitgerust met dit soort systemen te zien als zelfrijdende auto’s. “Autofabrikanten moeten niet spreken over een semi-zelfrijdende auto. De ontwikkeling van de techniek is weliswaar heel hard gegaan, maar de op dit moment beschikbare systemen zijn nog alles behalve perfect. Ongeacht welk automerk je kiest, er zitten nog haken en ogen aan.” Er circuleren heel wat filmpjes op het internet van bestuurders die hun lot in handen leggen van de techniek en achteroverleunend – ondertussen soms zelfs een boekje lezend – door het verkeer laveren. “Dat gaat ook wel eens mis. De systemen werken nog niet honderd procent foutloos. Ze zijn rijtaakondersteunend en niet zelfrijdend.” Dit soort automobilisten komt Maaskant ook tijdens de rijtrainingen wel tegen. “Ze gebruiken de auto echt al als een zelfrijdende auto. Ze schakelen ACC met lane assist in, doen letterlijk hun armen over elkaar en kijken ons vervolgens aan met een blik van: wat wil je mij dan nog leren?” Volgens Maaskant is het heel belangrijk om te laten zien en vooral – ervaren – wat deze systemen al kunnen. “Maar je moet tegelijk ook vertellen wat de beperkingen zijn. Op de snelweg leveren de meeste rijassistentiesystemen heel goede prestaties en werken ze nagenoeg perfect, maar op secundaire wegen is dat een heel ander verhaal. Je moet echt op je hoede zijn en ‘in control’ blijven. Kortom, houd de handen aan het stuur.”

Beter en nauwkeuriger

Zo’n vijf jaar geleden begon Prodrive met het aanbieden van ADAS-gebruikerstrainingen. Afgelopen jaren is er wel het nodige veranderd, benadrukt Maaskant. “De systemen zijn absoluut beter en nauwkeuriger geworden, maar er zijn echt verschillen tussen de diverse fabrikanten en merken. Onze instructeurs proberen bij de huidige generatie rijassistentiesystemen de grenzen op te zoeken om te kijken wat er gebeurt onder extreme omstandigheden. Wij proberen de systemen uit met als doel ze ‘gek’ te krijgen. Wat gebeurt er bij een laag zonnetje en nat wegdek met veel reflectie? En bij een slagschaduw van viaducten? Of als er plotseling iemand oversteekt? En hoe reageert de techniek als er wegwerkzaamheden zijn? Is het systeem in staat om de tijdelijke wegbelijning te herkennen? Stuurt de auto netjes bij? Doordat we de systemen continu op de proef stellen, merken we ook dat er nog wel degelijk beperkingen zijn. Bij het ene merk rijdt de auto soepel tussen de lijntjes, maar bij het andere pingpongt deze van links naar rechts. De ADAS-systemen werken soms briljant en vaak goed. Maar het is echt nog geen zelfrijdende auto.” Hoe ziet Maaskant de toekomst van de zelfrijdende auto? “Er zijn afgelopen jaren grote stappen gezet en we zijn al een heel eind op weg, maar er moet nog flink wat gebeuren om de stap van Level 2 – waar we nu zijn aanbeland – naar volledig autonoom (Level 5) te zetten.” Maaskant denkt dat de mogelijkheden zich komende jaren zullen uitbreiden. “Op de snelweg kan de auto aan je vragen om de besturing over te nemen, bijvoorbeeld tot de volgende afrit die je moet hebben. Zodra je 2 kilometer voor de afrit bent, neem je het stuur weer over. Ik ben ervan overtuigd dat dit systeem de kans op kop-staart-aanrijdingen aanzienlijk vermindert, wel moet er dan nog iets bedacht worden op het ‘rechts inhalen’ wat nu nog steevast gebeurt.”

Rol van de branche

Maaskant vindt wel dat het nu al een taak van de branche is om duidelijk uit te leggen hoe de systemen werken. “Partijen moeten het heft in eigen hand nemen. Je kunt geen auto afleveren zonder te vertellen hoe de systemen precies werken en wat de beperkingen zijn. Auto-importeurs en -fabrikanten hebben daarbij echt een belangrijke functie en een zorgplicht. Zorg dat het onderwerp op de agenda komt en veroorzaak geen twijfel en onduidelijkheid.” Ook de overheid en brancheorganisaties moeten het thema prominent op de kaart zetten, vindt Maaskant. “ADAS heeft grote invloed op het vergroten van de verkeersveiligheid, dat zal komende jaren alleen nog maar meer worden. Het is zaak dat betrokken partijen – eigenlijk iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit en veiligheid – de handen ineenslaan om ervoor te zorgen dat we het aantal ongevallen terugbrengen en verkeer nog veiliger maken. Daar hebben we niet alleen deze ADAS-systemen heel hard voor nodig, maar ook bestuurders die deze systemen op de juiste wijze onder de juiste omstandigheden weten te bedienen.”

Bron: www.zelfrijdendvervoer.nl